Naar de inhoud

Bibliotheek

Wat betekenen al die namen van therapieën en behandelaars? En waar lees je betrouwbare informatie? Hier vind je het in gewone taal.

Soorten therapie

Welke behandeling bij jou past, bespreek je met je huisarts of behandelaar. Hier lees je in het kort wat elke vorm inhoudt.

  • Cognitieve gedragstherapie (CGT)

    Je kijkt samen met je behandelaar hoe gedachten, gevoelens en gedrag elkaar beïnvloeden. Je oefent met andere manieren van denken en doen, ook tussen de gesprekken door.

    VGCt, vereniging voor gedragstherapie
  • EMDR

    Een behandeling voor klachten na nare of schokkende ervaringen. Je denkt terug aan een herinnering terwijl je behandelaar je aandacht afleidt, bijvoorbeeld met geluidjes of handbewegingen. Het doel is dat de herinnering minder heftig wordt.

    Vereniging EMDR Nederland
  • Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

    Je leert ruimte te maken voor lastige gedachten en gevoelens, in plaats van ertegen te vechten. En je kijkt wat je echt belangrijk vindt, zodat je daarnaar kunt leven.

  • Schematherapie

    Je kijkt naar diepe patronen, 'schema's', die vaak in je jeugd zijn ontstaan, en hoe die nu nog doorwerken. Het is meestal een langere behandeling.

  • Interpersoonlijke therapie (IPT)

    Je kijkt naar je relaties met anderen en hoe die samenhangen met hoe je je voelt. Bijvoorbeeld na een verlies, een conflict of een grote verandering.

  • Psychodynamische therapie

    Je onderzoekt hoe ervaringen van vroeger, en gevoelens waar je je niet altijd bewust van bent, je nu beïnvloeden.

  • Systeemtherapie

    Je partner, gezin of andere naasten doen mee. Samen kijken jullie hoe jullie met elkaar omgaan, en wat er anders kan.

  • Mindfulness-based cognitieve therapie (MBCT)

    Een training in een groep, met mindfulness-oefeningen en inzichten uit CGT. Wordt vaak gebruikt om terugval bij depressie te voorkomen.

  • Internal Family Systems (IFS)

    Je kijkt naar verschillende 'delen' in jezelf, zoals een kritisch deel of een bang deel, en leert daar met nieuwsgierigheid naar te kijken. Er is nog weinig wetenschappelijk onderzoek naar IFS.

  • Groepstherapie

    Je werkt samen met een kleine groep mensen aan je klachten, onder leiding van een of twee behandelaars. Je merkt dat je niet de enige bent, en je leert van elkaar.

  • Compassiegerichte therapie (CFT)

    Je leert milder en vriendelijker naar jezelf te kijken. Vooral bedoeld voor mensen die veel zelfkritiek of schaamte voelen.

  • Mentaliseren Bevorderende Therapie (MBT)

    Je leert beter begrijpen wat er in jezelf en in anderen omgaat, juist als emoties hoog oplopen. Vaak in de specialistische ggz, met gesprekken alleen en in een groep.

Wat helpt bij het kiezen?

  • Een goede klik met je behandelaar is minstens zo belangrijk als de soort therapie.
  • Je mag vragen hoe een behandeling werkt, hoe lang die ongeveer duurt en wat er van jou verwacht wordt.
  • Voelt het niet goed? Bespreek het met je behandelaar. Je mag ook om iemand anders vragen.

Wie is wie in de ggz?

Onderweg kom je verschillende mensen tegen. Dit doen ze.

Huisarts
Je eerste aanspreekpunt. Denkt met je mee, helpt zelf en kan je doorverwijzen.
Praktijkondersteuner ggz (POH-GGZ)
Werkt bij de huisarts. Je kunt er vaak snel terecht voor een paar gesprekken, zonder eigen risico.
GZ-psycholoog
Heeft na de studie psychologie een extra opleiding gedaan en staat in het BIG-register. Je komt die vaak tegen in de basis-ggz.
Psychotherapeut
Staat in het BIG-register en is lang opgeleid in psychotherapie. Werkt vaak in de specialistische ggz of een eigen praktijk.
Klinisch psycholoog
Een GZ-psycholoog met nog een specialisatie, voor ingewikkeldere klachten. Vaak in de specialistische ggz.
Psychiater
Een arts die gespecialiseerd is in psychische klachten. Kan ook medicijnen voorschrijven.
Ervaringsdeskundige
Heeft zelf psychische problemen gehad en is opgeleid om anderen te steunen. Je vindt ze vaak in inloophuizen en herstelplekken.

Basis-ggz of specialistische ggz?

Psychologische hulp met een verwijzing gaat via een van deze twee. Je huisarts bepaalt met de verwijzing waar je naartoe gaat.

Generalistische basis-ggz

Voor lichte tot matige klachten die niet te ingewikkeld zijn. Meestal een korter traject, vaak bij een GZ-psycholoog.

Specialistische ggz

Voor ernstigere of ingewikkeldere klachten. Vaak een langere behandeling, soms met een team van behandelaars.

Allebei zitten ze in het basispakket van je zorgverzekering, maar ze gaan wel van je eigen risico af. Twijfel je wat bij jou past? Vraag het je huisarts. Meer over vergoeding

Woordenlijst

Woorden die je vaak tegenkomt, in het kort.

Verwijsbrief
Een brief van je huisarts waarmee je naar de ggz gaat. Meestal nodig om je behandeling vergoed te krijgen.
Aanmelding
Je laat een praktijk weten dat je hulp wilt. Vaak via een formulier, e-mail of telefoon.
Intake
Het eerste gesprek bij een praktijk. Je vertelt wat er speelt en samen kijk je wat past.
Wachttijd
Er zijn twee wachttijden: tot je intake, en daarna tot je behandeling begint.
Treeknorm
Hoe lang je redelijkerwijs mag wachten: 4 weken tot je intake, daarna 10 weken tot je behandeling.
Wachtlijstbemiddeling
Hulp van je zorgverzekeraar om sneller ergens terecht te kunnen als je te lang moet wachten.
Eigen risico
Het bedrag dat je per jaar eerst zelf betaalt voor zorg uit het basispakket. De huisarts en de POH-GGZ vallen er niet onder.
Gecontracteerde zorg
Een praktijk met een contract met jouw verzekeraar. Zonder contract betaal je soms een deel zelf, afhankelijk van je polis.
Behandelplan
De afspraken die je samen met je behandelaar maakt: je doelen, en hoe je eraan werkt.
Regiebehandelaar
De behandelaar die eindverantwoordelijk is voor je behandeling.
eHealth
Online modules en oefeningen, naast of in plaats van gesprekken.
Huisartsenpost
Voor dringende zorg die niet kan wachten, ’s avonds, ’s nachts en in het weekend.

Lezen en doen

Betrouwbare plekken om verder te lezen of zelf mee aan de slag te gaan.

Boeken, podcasts en video’s volgen. We zetten hier alleen dingen neer die we zelf hebben bekeken.